Is het je ook wel eens teveel?

moe9ycDe positie van een student is niet altijd makkelijk. Ook uit mijn eigen ervaring weet ik hoe zat je dat soms kunt zijn. (En vooral dat je dat niet mag zeggen….)

Natuurlijk ben je gemotiveerd en vind je het een mooi vak. Maar soms is het je echt even teveel. Dat je altijd degene bent die de kweek naar het laboratorium moet brengen. (Of de recepten naar de apotheek, de maaltijdbladen naar de keuken, de patiënt naar de operatiekamer/dagbesteding/dokter) Dat ze niet door lijken te hebben hoeveel het allemaal tegelijk is, dat je naast je stage nog school hebt, verslagen moet maken, in de gaten moet houden of je je leerdoelen wel behaalt. Maar vooral dat je steeds enthousiast moet doen (ook al ben je doodmoe) en dat je de hele tijd, ook onder de koffie, beoordeeld wordt. Natuurlijk weet je dat je een professionele houding moet hebben naar de patiënt/cliënt/bewoner, en dat lukt ook wel want dat is je vak, maar het voelt wel eens oneerlijk dat je collega’s wel mogen zuchten en klagen als ze die patiënt/cliënt/bewoner even moeilijk vinden, of als ze moe zijn na een feestje en de klok wel vooruit kunnen kijken. Want als jij dat zegt, dan lijkt het ongemotiveerd of onprofessioneel.

En dan heb je nog de collega’s zelf. Gelukkig zijn er een heleboel aardig en kun je het met een paar meer dan goed vinden. Maar als dat niet zo is dan moet jij er toch voor zorgen dat de sfeer goed blijft. Of niet? Er wordt natuurlijk wel geroddeld over die ene collega, maar daar kun je je beter buiten houden. Denk je.

Inderdaad. Roddelen is wel aantrekkelijk maar sowieso nooit zo verstandig. Wel moeilijk dat je in je eentje lijk te staan tegenover die dominante collega waarmee iedereen het goed lijk te kunnen vinden. Of zijn ze bang voor hem/haar?

Groepsprocessen zijn ingewikkeld, daar ga ik nog een andere blog aan wijden.

En adviezen of tips heb ik in dit geval niet. Het is soms gewoon zo. Het lucht wel op om even te klagen. Het beste doe je dat dan maar tegen studiegenoten of vrienden……

 

Als de begeleiding tekort schiet…..

vpk bij bed

Daar ga je dan. Op naar je tweede stage. Als het meezit op de fiets, als het wat minder meezit met bussen en treinen. Je POP en je PAP in je tas en toch wel wat zenuwen in je buik. Eenmaal aangekomen op je stageplek word je voorgesteld aan Nicole die je vandaag zal ‘meenemen’. Huh, Nicole? Je werkbegeleidster heet toch Annelies? Klopt helemaal; Annelies is alleen de komende twee weken met vakantie. Je eerste stagedagen moet je het dus doen met Nicole, Piet, en een uitzendkracht. Twee weken verder zie je Annelies voor het eerst; als jij een dagdienst hebt komt ze om 15.00 uur voor haar avonddienst. Iedereen is geïnteresseerd in haar vakantie dus je wilt haar niet gelijk overvallen met jouw stage. Zo vliegen de weken voorbij en zitten je PAP en POP nog steeds in je tas. Je probeert een introductie gesprek te plannen en uiteindelijk lukt dat in week 5. Helaas is Annelies die dag ziek en zit de teamleider bij het gesprek…

 

Een overdreven scenario? Of de dagelijkse werkelijkheid? Dit voorbeeld is misschien een opeenstapeling van ‘ellende’, maar op zich is het allemaal niet ondenkbaar. Voor je het weet is je halve stage om en heb je niet of nauwelijks aan je doelen gewerkt, en vooral: niemand weet eigenlijk hoe het met je gaat en hoe je functioneert. Je bent inmiddels best aardig ingewerkt, en je hebt ook al veel gedaan op het gebied van patiëntenzorg. Maar dat weet alleen jij! Dikke kans dat je bij een tussen evaluatie, van je docent op school en/of van je werkbegeleider te horen krijgt dat je achterloopt en zo de stage niet gaat halen. Reden voor jou om in tranen uit te barsten of boos te worden, want wat kan jij hier aan doen?
Toch moet je als student in deze verre van ideale omstandigheden je opleiding doen. Stel dat je stage al begint zoals hierboven beschreven. Dan weet je eigenlijk al dat je niet op een afdeling zit waar men jou en jouw opleiding als prioriteit heeft. Individueel zijn de collega’s vast aardig en bereidwillig, maar de planning is redelijk hopeloos. Onvoorziene omstandigheden zoals ziekte zijn er altijd dus daar moet je in ieder geval rekening mee houden.
Helaas is de werkelijkheid deze: jij moet zorgen dat jouw leerproces doorgaat (zelfs op de meest ongeorganiseerde afdeling) en dat je op een evaluatie kunt aantonen dat je wel degelijk goede patiëntenzorg hebt verleend en aan persoonlijke leerdoelen hebt gewerkt.

Dus: Jammer dat Annelies er niet is maar JIJ gaat voor je leerproces.
Hoe ga je dat doen:

1. Neem een doel uit je PAP of POP of hoe je stageplan ook heet.
2. Vraag aan degene met wie je die dag werkt of die wil meekijken naar hoe je met dit doel bezig bent.
3. Spreek af (van tevoren) dat je gedurende dag contact houdt en aan het eind evalueert.
4. ’s Avonds thuis maak je een Word document en een map aan en je typt de feedback van deze collega onder de betreffende doelstelling.
5. De dag erna neem je dit uitgeprint mee en laat je het ondertekenen.
6. Is de collega die dag vrij dan doe je het in het postvak en vraag je het na ondertekening terug te sturen. Dit doe je elke dag. Ook kun je zo praktijkopdrachten uit het praktijkopleidingsboek af laten tekenen. ’s Morgens voorbespreken (ja, ook met een uitzendkracht) en af laten tekenen aan het eind van de dag.

Klinkt best simpel, toch?

De realiteit is dat de meeste leerlingen te lang wachten (bang om teveel te zijn? Om lastig gevonden te worden? Zet je eroverheen!) en daardoor vastlopen. Begin daarom gelijk met deze aanpak (uiteraard wil je eerst een beetje ingewerkt zijn). Behalve dat je hiermee je DOELEN AAN HET BEHALEN BENT, geef je je werkbegeleider en docent inzicht in WAT je gedaan hebt én heb je zwart op wit HOE je het gedaan hebt. Je zal geprezen worden om je zelfstandigheid en je actieve opstelling als leerling. En daarmee heb je het leerdoel: ‘Ik stel mij actief op tijdens mijn leerproces’ ook al deels behaald.

Zet die maar in je persoonlijk ontwikkelingsplan!

 

 

 

 

 

 

Hang jezelf niet op!

 Emma heeft een tussenevaluatie. Ze heeft het een ander afgetekend  en ook gewerkt aan haar stageplan en persoonlijke leerdoelen. Zodra Emma met haar werkbegeleider en docent van school klaar zit voor het gesprek, opent de stagebegeleider het gesprek met de vraag: Hoe vind je zelf dat het gaat? Emma noemt wat punten op, ze heeft in de weken dat ze op de afdeling is al heel wat geleerd en er is het één en ander afgetekend. Soms vindt ze het moeilijk hoe ze cliënten moet benaderen, de psychiatrie vraagt om hele andere vaardigheden dan ze in het ziekenhuis gewend was. Ja , dat merkt de stagebegeleider ook, Ze vindt Emma erg afwachtend, en haar bijdrage bij de dagopening laatst was op zijn zachtst gezegd onhandig. Vond ze dat zelf ook niet? Ja, dat was wel zo, Pieter die manisch depressief is liet medepatiënten niet uitpraten en daar had ze wat van gezegd, met een escalatie tot gevolg.

Continue Reading

Stagiair met faalangst; wat nu?

Een beetje faalangst hebben we allemaal nodig om te kunnen presteren. Een gezonde dosis leidt ertoe dat je extra je best doet en een goed resultaat behaalt. Maar wanneer is faalangst niet meer gezond?

Anniek gaat haar tweede stage lopen op een afdeling chirurgie van een algemeen ziekenhuis. Van Thomas had ze al gehoord dat het een hele leuke afdeling is, en dat hij er een super leuke tijd had. Hij heeft er veel geleerd en had een meer dan goede eindbeoordeling. Als ze met haar stage begint wordt zijn naam nog vaak genoemd. Ze wordt er onzeker van, want ja, zij is Thomas niet. Ze doet enorm haar best om enthousiast en spontaan over te komen. Ze heeft het gevoel dat ze in Thomas’ voetsporen verder moet gaan.

Maar eigenlijk valt het haar zwaar tegen, het is een hectische afdeling met veel korte opnames. Patiënten vliegen van en naar de operatieafdeling en het kost haar moeit om het overzicht te bewaren. Ze komt in een negatieve spiraal van onzekerheid en passiviteit en voelt dat het niet zo lekker loopt. Met een knoop in haar maag gaat ze elke dienst in, en dat wordt niet beter als ze in een gesprekje met haar werkbegeleidster te horen krijgt dat die zich afvraagt of ze wel gemotiveerd is.
Een beetje faalangst hebben we allemaal nodig om te kunnen presteren. Een gezonde dosis leidt ertoe dat je extra je best doet en een goed resultaat behaalt. Teveel faalangst heb je als het je denken blokkeert en je handelen negatief beïnvloed. Heel vervelend tijdens een opleiding waarin je steeds wordt beoordeeld! Er valt van alles te zeggen over de oorzaken van faalangst. Waarom voelt de één zich redelijk zelfverzekerd en lijdt de ander onder een lage eigenwaarde? Aanleg, opvoeding, ervaringen spelen allemaal een rol. Maar ook de plek waar je stage loopt kan faalangst versterken. Misschien heb je het gevoel dat de eisen vrij hoog liggen, of zoals in de casus, is er net een collega-student voor je geweest die de stage briljant heeft afgerond.

Continue Reading

Het introductiegesprek

Studenten van nu zijn vast mondiger dan ik destijds tijdens mijn opleiding!

Toch zullen er nog veel zijn die tijdens een introductiegesprek eerder een afwachtende houding aannemen dan een actieve. Logisch; je kent je stagebegeleider nog niet, en ook de sfeer op de afdeling is je onbekend. Dus ben je eerder geneigd om op vragen te reageren, dan zelf het woord te nemen.

Jammer, want zo’n eerst gesprek is een uitgelezen kans om iets over jezelf te vertellen!

Continue Reading

Hoe maak je een persoonlijk leerplan?

individuele-workshop-kernkwadrantenBest pittig een persoonlijk leerplan maken. Vooral als je nog jong bent en nog niet zo veel zicht hebt op jezelf in relatie tot werken in de verpleging.

Een paar persoonlijke leerdoelen gelden eigenlijk voor iedere student. Opkomen voor je leerproces is er zo één. Altijd moeilijk want op elke afdeling gaat het werk voor en kom je in situaties terecht waarin je leerproces in de knel komt.

Oké dit is een begin. Nu een goede formulering en wat criteria.

In deze stage wil ik leren opkomen voor mijn leerproces

  • Ik vraag regelmatig om feedback
  • Ik maak aan het begin een planning wanneer ik welk doel behaald wil hebben
  • Ik plan mijn eigen evaluaties
  • Als mijn leerproces in de knel komt vraag ik een gesprek aan met mijn werkbegeleider
  • Ik geef aan het begin van mijn dienst aan welke vaardigheden ik wil behalen of op welke punten degene met wie ik die dag werk moet letten. Aan het einde van de dienst(en) vraag ik deze collega zijn/haar bevindingen op te schrijven en een handtekening te zetten.

Nou: dit doel heb je alvast. Afhankelijk van je opleiding kun je de criteria nog wat bijschaven of aanvullen.

Continue Reading

Zuster of Broeder, luister!

Heb je ooit zelf in de rol gezeten van zorgvrager? In een ziekenhuis of in de psychiatrie? Ik hoop het niet voor je maar…..het is wel een hele leerzame ervaring. quote nurse

Ooit lag ik in het ziekenhuis na een keizersnee, voelde me ziek, was net moeder geworden, mijn baby lag op de kinderafdeling

Ik heb daar ervaren hoe vreselijk het kan zijn als er niet naar je omgekeken wordt, er bot en onnadenkend wordt gereageerd, vragen alleen dienen om het dossier in te vullen volgens Gordon of om cijfers te geven aan je pijn. Als je een verlengstuk bent van een infuus of een catheter…….als je verdriet wordt afgedaan als “kraamtranen”. De hele opname was een aaneenschakeling van verpleegkundige missers, zoals het feit dat ik naar huis mocht en er de hele opname niemand naar mijn operatie wond had gekeken.

Gelukkig heb ik ook goede ervaringen gehad als patiënt, en weet ik daardoor wat echt belangrijk is. Daarom deze “smeekbede” namens alle zorgvragers in wat voor een setting dan ook.

Zuster of broeder luister:

  • Als je geen tijd voor me hebt, zeg het dan, dan weet ik dat je me niet vergeet.
  • Begrijp dat ik me alleen voel want de mensen die me lief zijn zijn er niet, en ik ben afhankelijk van jullie, de artsen en de andere zorgvragers.
  • Vraag hoe het met me gaat, niet omdat je een pijnschaal of een dossier moet invullen maar omdat je het echt wilt weten.
  • Loop niet om me heen als je niet weet wat je moet zeggen, maar kom even bij me zitten en pak mijn hand vast.
  • Vraag of je wat voor me kunt doen, of het met me gaat, en hoe ik me voel.
  • Help me aan de artsen te vertellen wat me dwars zit, en te vragen wat ik wil weten.
  • Veroordeel me niet omdat ik anders ben en bovendien ben ik mezelf nu niet.

Als je dat allemaal doet dan zullen de onderzoeken, de verpleegkundige handelingen, en al die andere dingen die moeten gebeuren echt wel gaan. Dan voel ik me gesteund en weet ik dat ik bij iemand terecht kan!

 

 

 

Wanneer ben je een goede student?

poppetje met injectie

Als student wil je natuurlijk op je werkplek of stage zo goed mogelijk moet functioneren. Je wilt een professionele verpleegkundige  (student) zijn. Maar wat houdt dat nou eigenlijk in? Moet je alles kunnen wat een gediplomeerde ook kan? Met dezelfde snelheid, ervaring en routine? Nee, uiteraard niet. Daarvoor ben je dus in opleiding. Maar waar ligt dan die grens, wat is belangrijk voor een voldoende beoordeling? Wanneer ben je een “goede” student?

Er is één eigenschap die wat mij betreft het allerbelangrijkst is wanneer ik een student moet beoordelen. En ik denk dat dat voor veel werkbegeleiders geldt. Belangrijker dan hard werken, dingen snel onder de knie hebben of veel vaardigheden kunnen. Het is iets waar je je niet zo van bewust bent waarschijnlijk, in al je “eagerness” om alles zo goed mogelijk te doen. Heb je al een idee?Continue Reading

Beoordeeld worden

omdenken

 

Beoordeeld worden. Terwijl je bezig bent met werken, leren ja zelfs tijdens de koffie ben je je bewust van het feit dat je collega’s zich een oordeel over je vormen. Je vraagt je af hoe ze naar je kijken en wat ze van je vinden. Je probeert te voldoen aan de normen waarvan jij denkt dat ze ze hebben. Je bedenkt wat ze belangrijk vinden. Je loopt een stapje harder om te laten zien hoe gemotiveerd je bent. Als er een bel gaat ben je de eerste die opstaat, zodat ze zien dat je een harde werker bent. Je maakt vaak keuzes omdat je beoordeeld wordt en niet altijd omdat je het zelf  zo zou willen doen. Ik herinner me van mezelf dat het moeilijk was om te kiezen voor een gesprek met een patiënt, hoe belangrijk ook, terwijl de etenskar net gearriveerd was. Toch maar dat gesprek afronden en helpen met eten delen, want je voelt de ogen in je rug prikken, dat denk je tenminste. Je biedt regelmatig hulp aan aan collega’s als je eigen werk klaar is, om maar te laten zien dat je collegiaal bent. Als de rest al klaar is met het werk en je moet zelf nog een patiënt wassen voel je je toch wat ongemakkelijk. Denken ze dat je het tempo niet aan kan? Na een goede tussenbeoordeling kun je weer wat rustiger ademhalen, je hebt wat credits opgebouwd en weet dat ze positief over je denken. Is het herkenbaar? De reden van deze spagaat waar je dagelijks in zit is dat je weliswaar leerling/student/ stagiaire bent maar ook werknemer en dat je eigenlijk als zodanig moet functioneren. Ik denk dat op veel stageplekken de verwachtingen vrij hoog liggen wat betreft het mee draaien met de werkzaamheden. Eerst het werk af en dan het leren. De zorg kan niet wachten en als er zieken zijn onder het personeel ga je niet rustig met je stageplan zitten om eens door te nemen hoe je er voor staat. Waarschijnlijk vind je dit ook logisch. Dat is het ook wel omdat het om mensen gaat. Die kunnen niet wachten op jouw leerproces…..maar toch….leerling en werknemer zijn: het blijft een lastige combinatie. Ik hoor graag van jou welke ervaring jij daar mee hebt!

De adolescent in de student

BIERTJEDe meeste studenten zijn als ze beginnen met  hun opleiding voor verpleegkundige of verzorgende een jaar of 18. Jij dus waarschijnlijk ook, of wat ouder als je al even bezig bent met je opleiding. Logisch denk je waarschijnlijk, dat is iedereen die van school komt en wat dan ook gaat doen. Vanuit de ontwikkelingspsychologie wordt deze fase  adolescentie genoemd, en er is een verschil tussen jou en je vrienden van de middelbare school die andere keuzes maakten. Dat zie je natuurlijk zelf ook wel. Je beste vriendin is gaan reizen, of is au pair geworden in Amerika. Een ander is naar de PABO of naar een opleiding voor Kunst en Media. Als het met de drukte van de opleiding lukt om contact te houden met je oude vrienden, zal je misschien wel eens met enige  jaloezie naar hun (in jou ogen) relaxte leventje kijken. In elk geval zie je op Facebook of Twitter voorbijkomen naar welke feesten ze geweest zijn, hoe gezellig ze het met elkaar hebben en welke films jij helaas weer eens gemist hebt. Maar ja, lekker belangrijk, jij doet tenminste iets wat er toe doet en wat je graag wilt. Bovendien heb je gelukkig veel nieuwe vrienden leren kennen op je opleiding.

Continue Reading

Hoe maak ik een stageplan?

fokke en sukkeDe één schudt het uit zijn of haar mouw, de ander is er weken mee bezig en draait zich er helemaal in vast. Het stageplan, praktijkleerplan, PLP,POP,PAP of hoe het ook heet bij de opleiding die je volgt. Voor studenten onder jullie die geen idee hebben waar ze moeten beginnen, het plan altijd terug krijgen voorzien van enorme hoeveelheden commentaar, voor deze groep heb ik een stappenplan geschreven. Ook zonder dat ik weet wat de eisen bij jou op school zijn, denk ik dat ik je met dit plan een heel eind op weg kan helpen.

Eerst even mijn mening. Een groot nadeel van de huidige manier van werken met een stageplan vind ik dat er altijd een “gap” is tussen de volzinnen en smart-geformuleerde doelen (de criteria van de theorie) en de werkbaarheid van het plan in de praktijk, ten eerste voor jezelf (wees eerlijk; heb je er echt wat aan?) en daarnaast voor de begeleiding die jouw plan lezen en daarna in hun postvakje leggen. Vervolgens aan de slag. Dit alles klinkt misschien wat negatief, en ik weet zeker dat ik niet voor elke situatie spreek. Laten we zeggen: bovenstaande is een mogelijk gevaar.

Goed. Mijn uitgangspunt is zoals blijkt uit bovenstaande visie dat je een plan kan maken waar je ook echt iets aan hebt. Je wilt tenslotte een goede verpleegkundige of verzorgende worden. Toch? (Natuurlijk kun je iets in elkaar flansen wat net aan de criteria voldoet. Of iets overschrijven van een mede leerling. Stop dan vooral met lezen)

De “fout “ die de meeste leerlingen maken is dat ze de handleiding voor het stageplan pakken, achter de computer gaan zitten en zich dan door de eisen/criteria van het stageplan heen gaan worstelen, met lange ingewikkelde zinnen omdat het aan zoveel moet voldoen. We gaan het anders aanpakken.

Continue Reading

Wordt er naar je geluisterd?

communicatie

Patiënt Jansen heeft aan jou gevraagd om een kamer alleen. Er is nog een kamer vrij en je vindt dat er alle reden is om aan de wens van de patiënt te voldoen. Je gaat hierover een gesprek aan met een collega. Zij gaat niet in op jouw argumenten of vraag, maar laat je weten dat leerlingen zulke dingen niet bepalen. Ze stelt zich boven jou op, geeft je het gevoel dat je je plek niet kent. Jij voelt je uit het veld geslagen, want je kunt niet meer inhoudelijk reageren.

Dit stukje gaat over communicatie op de werkvloer, dus tussen collega’s. In de theorie heb je waarschijnlijk het verschil geleerd tussen communicatie op inhouds- en betrekkingsniveau. Even in het kort: je kunt een gesprek hebben over de inhoud ( jij hebt een mening ergens over en de ander is het niet met je eens) maar de discussie of het gesprek erover wordt gevoerd op betrekkingsniveau. In het dagelijks leven heb je deze verwarring aan de lopende band, en het geeft de gesprekspartners vaak een machteloos gevoel. Betrekkingsniveau wordt tot uiting gebracht door toon, gedrag, intonatie, emoties. Het wordt ook wel metacommunicatie genoemd, dat wil zeggen, communicatie over de communicatie. Er wordt gekibbeld, of ruzie gemaakt, waarbij het echte onderwerp er eigenlijk niet meer toe doet. (als je een relatie hebt dan herken je het vast wel, het eindeloze discussiëren over “niks” op ruzie achtige toon. Dit zijn de gesprekken waar je nooit uit komt omdat het dus niet over de inhoud gaat!)Continue Reading

Wees (niet) spontaan

Wat heb ik toch tegen het woord “spontaan”?

Singles zoeken vaak een spontane partner. Wat moet ik me daarbij dan voorstellen en waarom zoekt iemand dat? Is hij/zij zelf niet spontaan, en zoekt hij/zij een tegenhanger? En wat houdt dat eigenlijk in, spontaan. Op www.mijnwoordenboek.nl worden de volgende betekenissen gegeven: hartelijk, opgewekt druk, impulsief,ongedwongen, ongeremd, ongekunsteld, uit zichzelf, uit opwelling voortkomend. Niet alles wat je wilt zijn toch? En met deze betekenissen wordt al gelijk duidelijk dat je niet gedwongen spontaan kunt zijn. Je bent het, of je bent het niet.

Continue Reading

“Psychogezeur” in de psychiatrie

communicatie2Mijn vorige stukje over communicatieproblemen ging over het verschil tussen inhouds- en betrekkingsniveau. Kort gezegd: de één denkt dat het gesprek over de inhoud gaat ( bijvoorbeeld: mag mijnheer Jansen met weekend verlof?) En een ander stapt van de inhoud af door het persoonlijk te maken en in de relationele sfeer te trekken.

Elk team dat samenwerkt, heeft bepaalde ongeschreven wetten en een manier van omgaan met elkaar. Zeker als student kun je je verschillende stage plekken goed vergelijken, en ook al kun je het misschien niet altijd benoemen, je voelt de verschillen in sfeer heel goed. In de psychiatrie zal je een ander type hulpverlener aantreffen dan in ziekenhuizen. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de doelgroepen, de redenen waarom mensen voor het één of het ander kiezen.

Pas op voor gefloeper in de psychiatrie!

Continue Reading

Je eerste stage

rood kruisJe eerste stage (op een nieuwe plek) Garantie voor een periode waarin je je af en toe heeel ongelukkig voelt. (sorry…mooier kunnen we het niet maken). Tenzij je al veel ervaring hebt opgedaan op verschillende stages, je al ver bent in de opleiding, of goed bekend bent op de afdeling.

Continue Reading

Het “Halo” effect bij beoordelingen

Om maar gelijk een lastig dilemma voor elke leerling bij de kop te pakken: het beoordelen. Voel je je soms ook zo bekeken? Of vraag je je regelmatig af wat ze van je vinden? Beoordelen is voor werkbegeleiders ook niet altijd makkelijk en zeker niet om ook echt te beoordelen wat voor het vak van belang is.

Vaak worden er, ondanks alle cursussen, gemakkelijk beoordelaars fouten gemaakt.

Het “Halo”effect is een term uit het Engels genoemd naar een stralenkrans boven een heilige.(misschien heb je ook wel eens een patiënt met nekletsel en een “haloframe” gezien, zo’n ijzeren stellage om het hoofd om alles op z’n plek te houden)  Het komt erop neer dat de collega’s/docenten/werkbegeleiders op grond van een of meerdere eigenschappen ook andere goede of minder goede eigenschappen zien.

Continue Reading